Vertaling van "arm" naar Nederlands

arm, zielig, beklagenswaardig zijn de beste vertalingen van "arm" in Nederlands.

arm noun grammatica
+ Toevoegen

Afrikaans - Nederlands woordenboek

  • arm

    noun adjective masculine

    De bovenste ledemaat, reikend van de schouder tot aan de pols en soms met inbegrip van de hand.

    Hy is arm, maar eerlik.

    Hij is arm, maar eerlijk.

  • zielig

    adjective

    Mense het sowaar die wa gestop, die hooi afgelaai en verwag om ’n arme slagoffer daaronder te kry!

    Men hield zowaar de kar aan en haalde het hooi eraf in de verwachting eronder een zielig slachtoffer aan te treffen!

  • beklagenswaardig

    adjective
  • Minder frequente vertalingen

    • schamel
    • erbarmelijk
    • ongelukkig
    • armoedig
    • armelijk
    • ellendig
    • belabberd
    • stumperig
    • schunnig
    • miserabel
    • berooid
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "arm" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate
Toevoegen

Vertalingen van "arm" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen