Vertaling van "afslaan" naar Nederlands

afslaan, heruitzenden, retourneren zijn de beste vertalingen van "afslaan" in Nederlands.

afslaan
+ Toevoegen

Afrikaans - Nederlands woordenboek

  • afslaan

    verb
  • heruitzenden

  • retourneren

  • Minder frequente vertalingen

    • terugbezorgen
    • terugsturen
    • terugwijzen
    • vertikken
    • wraken
    • afkeuren
    • verdringen
    • afwijzen
    • verwerpen
    • weigeren
    • nee zeggen tegen
    • ciseleren
    • kotsen
    • spugen
    • terugslaan
    • uitdrijven
    • verduwen
    • vergooien
    • wegdringen
    • wegduwen
    • weggooien
    • wegjagen
    • pareren
    • verjagen
    • wegstoten
    • afstoten
    • wegwerpen
    • weerleggen
    • braken
    • wegdrijven
    • weren
    • ontzenuwen
    • terugdringen
    • verdrijven
    • overgeven
    • het oneens zijn
    • terugstoten
    • vomeren
    • afwijken
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "afslaan" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Zinnen vergelijkbaar met "afslaan" met vertalingen in Nederlands

  • neerknuppelen · raken · slaan · treffen
  • beslaan
  • acht slaan op · aflezen · besturen · checken · controleren · de scepter zwaaien · heersen · letten op · nakijken · opletten · oppassen · passen op · regeren · surveilleren · toezicht houden · toezien
  • afbreken · afhakken · afhouwen · afkappen · afleggen · aflopen · afslachten · bedaren · bevangen · de moed ontnemen · delven · deprimeren · doden · doodmaken · doodschieten · doorgaan · fnuiken · fusilleren · gaan door · geruststellen · kalmeren · kappen · kleinmaken · neerdrukken · neerhalen · neerkomen · neerslachtig maken · neervellen · ombrengen · omhakken · omkappen · ontmoedigen · opduikelen · opgraven · overgaan · oversteken · overtreffen · overwinnen · putten uit · rooien · slachten · slopen · te boven gaan · terneerdrukken · uitblinken · uitgraven · uitmunten · uitputten · vellen · vernederen · verootmoedigen · verslaan · verzwakken · voorbijstreven · winnen · wippen · zegevieren
Toevoegen

Vertalingen van "afslaan" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen